St. Eloyen Gasthuis

Boterstraat 22 - Utrecht

   
         
         
  Gebruiken    
  Het Handelsbedrijf der Smeden, de voortzetting van het Utrechtse Smede Gildt, wordt bestuurd door vier commissarissen en vier hoofdcommissarissen. De langst zittende daarvan wordt tot Deken (voorzitter) benoemd. De Deken beoordeelt o.a. de vakbekwaamheid van de Gezel (leerling). Nog steeds bekrachtigt hij de benoeming tot broeder van het smedengilde St. Eloy. Verder kent het handelsbedrijf een Scriba (secretaris) en een Rendant (penningmeester). Voor het bestuur van het St. Eloyen Gasthuis (de faciliteit) worden uit de rangen van de gildenbroeders zestien Regenten gekozen. De voorzitter van dit regentencollege heet Huismeester en de penningmeester heet Busmeester. "Hij blaast af en toe nog in de bus" !
Ook is er een Schaftmeester, verantwoordelijk voor de inwendige verzorging bij feest- en gedenkdagen. De commissarissen van het handelsbedrijf komen altijd uit de gelederen der Regenten.
   
     
     
     
     
     
     
     
     
       
  Om bij een gilde te mogen behoren moest de gezel, na zijn leerperiode, een proeve van bekwaamheid afleggen. Opvolging door een erfgenaam, het zogenaamde verheergewaaden was ook mogelijk. Ook nu nog is toetreding op de oude gang van zaken gebaseerd. De kandidaten voor de broederschap worden Hospitanten, abusievelijk wel Aanwerpelingen, genoemd. Een aanwerpeling was eigenlijk een zogenoemde halve gildtwinner, iemand met een gemengd beroep, die ook al tot een ander gilde behoorde: bijvoorbeeld een riemensnijder die zelf de metalen gespen wilde maken, werd aanwerpeling bij de smeden. Onder toezicht van de gildenbroeders maakt een hospitant nu gedurende een bepaalde tijd zijn werkstuk. Als dat naar het oordeel van de regenten voldoet, kan de huismeester de leerling (hospitant) bij de deken van het handelsbedrijf voordragen om in een bij hem passend beroep tot gildenbroeder te worden benoemd.    
     
       
       
     
       
       
     
     
       
    In navolging van de traditie van het gilde om de vakbekwaamheid van de gezel te beoordelen, worden, in een vak dat het meest verwant is aan het smeden, penningen en oorkonden uitgereikt.    
       
         
   
         
Gildepenning 1642
 
Gildepenning 1653
 
Gasthuis- en gildepenning 1670
   
       
       
         
    Tot op de dag van vandaag zijn doel en taak van het Handelsbedrijf der Smeden de eigendommen van het voormalig gilde te bewaren en toezicht te houden op de gang van zaken in het St. Eloyen Gasthuis. De huidige broederschap van het St. Eloyen Gasthuis verzamelt zich elke maandagavond in het gasthuis en zet zich vooral in om het roerend en onroerend goed, de tradities en gebruiken en de charitas in stand te houden. Het bestuur van het handelsbedrijf let met het oog op die continuïteit, met name op tijdige aanwas van de broederschap met nieuwe broeders.    
       
       
       
       
         
         
   
'Opdat het al' moge strekken tot Heil en Welvaren van den Huize St. Eloy'